Ze komt binnen met een zucht die zowel vermoeidheid als vastberadenheid verraadt. “Dokter, in onze familie is iedereen te zwaar. Ooms, tantes, mijn moeder, mijn zus… wij zijn gewoon
zo. Dus laten we niet moeilijk doen - geef me gewoon een medicijn om af te vallen.”
Ik glimlach. Niet om haar woorden, maar om de herkenbaarheid. Ik hoor deze zin vaker dan het geluid van de koffieautomaat op maandagmorgen. Elke keer verloopt het gesprek anders dan mensen verwachten.
“Vertel eens,” zeg ik, “wat betekent dat voor u, dat het ‘in de familie zit’?”
Ze haalt haar schouders op. “Dat het geen zin heeft om er iets aan te doen. Waarom zou ik gaan ploeteren, als het genetisch bepaald is?”
Ik weet dat ik dit punt voorzichtig en zorgvuldig moet toelichten. Want ja: genen spelen een grote rol. Maar nee: genen zijn niet allesbepalend.
Ik teken een kleine cirkel op mijn notitieblok. “Dit zijn genen,” zeg ik. “Zij bepalen hoe gevoelig je lichaam is. Hoe makkelijk het energie opslaat. Hoe sterk een persoon reageert op stress. Of iemand honger- of verzadigingssignalen duidelijk voelt.”
Ze knikt. “Dat is het probleem.” Ik teken zes andere cirkels eromheen: groter, kleiner en elkaar overlappend. “En deze factoren,” zeg ik, “spelen bij de meeste mensen ook mee: voeding, beweging, slaap, stress, emoties, medicatie, de voedselomgeving… De mix verschilt per persoon.”
“Maar genen zijn toch genen?” vraagt ze.
“Zeker,” zeg ik. “Maar van alle mensen met overgewicht heeft slechts 5 tot 10 procent een medische oorzaak, zoals een zeldzame hormonale aandoening of schade aan de hypothalamus.”
“En hoe zit dat met de andere 90 tot 95 procent?”, wil ze weten.
“Bij hen ontstaat overgewicht door een combinatie van factoren. Soms zijn ze te goed te beïnvloeden, soms minder. Maar bijna altijd zijn er knoppen waaraan je kunt draaien. Het zal niet in één keer lukken, maar er is meer mogelijk dan veel mensen denken.”
Ze kijkt me onderzoekend aan. “Dus u zegt eigenlijk dat mijn familie misschien wel hetzelfde patroon heeft… maar niet noodzakelijk hetzelfde lot?”
“Precies”, antwoord ik.
Het gesprek begint te kantelen.
“Maar dokter,” zegt ze, “als mijn genen ervoor zorgen dat ik gevoeliger ben voor stress of honger, is het dan mijn schuld dat ik te zwaar ben?”
“Nee,” zeg ik. “Het is niemands schuld. Maar het is wel uw invloedssfeer. En dáár gaat het om. Genen leveren de vonk, de omgeving en gewoontes leveren de brandstof.”
Ze lacht zacht. “Ik heb dus niet één oorzaak, maar een soort… cocktail?”
“Juist. Het is ons werk uit te zoeken welke ingrediënten doorslaggevend zijn en welke we kunnen aanpassen.”
En dan stelt ze opnieuw de vraag over medicatie.
Ze kijkt me recht aan. “Dus een medicijn is niet per se verkeerd?”
“Misschien niet", begin ik. "Maar het is zelden noodzakelijk en zelden leidt het tot de oplossing. Medicatie werkt alleen goed als we ook de factoren aanpakken die wel beïnvloedbaar zijn. Anders bestrijd je de rook, maar laat je het vuur branden. Daarnaast weten we nog nauwelijks iets over de lange termijn-effecten.”
Ze knikt langzaam. “Dus wat u eigenlijk zegt… is dat het in mijn familie niet alleen genen zijn, maar vooral ook gewoontes, stress, en hoe we eten en leven?”
Ik glimlach. “Ik heb uw familie nooit ontmoet, dus dat kunt u beter beoordelen dan ik. Maar meestal is dat wel wat er aan de hand is.”
Bij het opstaan zegt ze: “Dokter, ik wil het toch proberen. Maar… niet in mijn eentje.”
“Dat hoeft gelukkig ook niet,” zeg ik.
Ze draait zich nog één keer om als ze in de deuropening staat. “En die genen van mij dan?”
Ik knipoog. “Die nemen we gewoon mee. Ze mogen meepraten - maar niet meer de baas spelen.”
In het kort:
- Ongeveer 5 - 10% van het overgewicht heeft een duidelijke medische oorzaak.
- Bij 90 - 95% ontstaat overgewicht door een persoonlijke mix van goed beïnvloedbare en minder beïnvloedbare factoren.
- Denk aan leefstijl (heel goed beïnvloedbaar)
- Psychisch/stress/coping (goed beïnvloedbaar bij juiste ondersteuning)
- Medicatie (soms beïnvloedbaar)
- Sociaal-economische situatie/leefomgeving (matig beïnvloedbaar, afhankelijk van context)
- Voedselomgeving / werkroosters (matig tot moeilijk beïnvloedbaar)
- Genetische kwetsbaarheid (laag beïnvloedbaar - wel te moduleren)
- Medische/hormonale oorzaken (minst beïnvloedbaar)
Bronnen:
1. Medische oorzaken van obesitas (≈5-10% van alle gevallen)
Endocrine Society Clinical Practice Guidelines - “Evaluation and Management of Obesity”
Wat het bewijst: dat endocriene oorzaken (Cushing, hypothyreoïdie, hypogonadisme), monogene obesitas en hypothalamusbeschadiging samen een kleine subgroep vormen, meestal rond 5–10%.
Obesity Medicine Association/American Association of Clinical Endocrinology (AACE) Bevestigen dat specifieke medische/hormonale oorzaken zeldzaam zijn en slechts een klein deel van de obesitaspopulatie verklaren.
Wat het bewijst: Een kleine minderheid van mensen heeft een duidelijk identificeerbare medische oorzaak. Deze oorzaken zijn meestal beperkt beïnvloedbaar.
2. Genetische bijdrage (40–70% van de variatie in BMI)
Twin studies (bijv. Stunkard et al., NEJM; Silventoinen et al.)
Wat het bewijst: dat erfelijkheid 40–70% van de variatie in BMI binnen populaties verklaart.
Meta-analyses van GWAS-onderzoek (bijv. Locke et al., Nature Genetics) Identificeert honderden genetische varianten die bijdragen aan obesitasgevoeligheid.
Wat het bewijst: Genen bepalen vooral kwetsbaarheid, niet het uiteindelijke gewicht. Genetica verklaart geen 40–70% van de obesitasgevallen, maar van BMI-variatie, dit is een belangrijk onderscheid.
3. Multifactorialiteit & beïnvloedbaarheid van oorzaken
WHO - World Obesity Atlas/WHO Obesity Factsheets Benadrukt dat obesitas meestal ontstaat door een samenspel van biologie, gedrag, omgeving, stress en sociaal-economische factoren.
The Lancet Obesity Series/Foresight Obesity Systems Map (UK) Laat zien hoe >100 factoren samen obesitas beïnvloeden; geen enkelvoudige oorzaak.
Wat het bewijst: Overgewicht ontstaat meestal door meerdere routes tegelijk. Leefstijl, stress, omgeving en medicatie zijn beïnvloedbaar; genen en ziekten het minst.
4. Population Attributable Fractions (PAF) voor leefstijl, stress en omgeving (≈25–45%)
Amerikaanse cohortstudies onder scholieren en volwassenen (CDC, NHANES) PAF’s laten zien dat modificeerbare factoren (voeding, beweging, schermtijd, slaap) samen vaak ~30–45% van obesitas in jeugd voorspellen.
Chinese adolescentiestudies (bijv. PAF voor obesitas: 42,9% door schermtijd/activiteit/omgevingsfactoren) Bevestigt dat leefstijlclusters een groot deel van obesitas kunnen verklaren.
Wat het bewijst: Leefstijlclusters zijn sterk beïnvloedbaar en verklaren een aanzienlijk deel van het risico. Niet alles is meetbaar; daarom blijft het een mix.
5. Medicatie die gewichtstoename veroorzaakt
NHANES-analyse: 20–40% van volwassenen gebruikt obesogene medicatie (bijv. bepaalde antidepressiva, antipsychotica, corticosteroïden, insuline, bètablokkers).
Review-artikelen in Diabetes, Obesity & Metabolism Beschrijven het effect van verschillende medicaties op gewicht en energie-inname.
Wat het bewijst: Medicatie is een regelmatige factor bij mensen met obesitas. Soms veranderbaar, soms niet (afhankelijk van de onderliggende ziekte).
6. Rol van stress, slaap en psychologie
Harvard Obesity Review – psychologisch & hormonaal mechanisme (cortisol, slaapdeprivatie, reward eating)
Meta-analyses naar stress-eetgedrag & obesitas (bijv. Tomiyama 2019).
Wat het bewijst: Stress, slaap en emoties spelen een grote rol in eetgedrag en gewicht. Deze factoren zijn goed beïnvloedbaar, vooral met begeleiding.
7. Sociaal-economische factoren & omgeving
OECD / WHO – obesitas en SES Laag inkomen, lage opleiding en voedselomgeving hangen sterk samen met obesitas.
Built Environment Studies (bijv. access to healthy food, walkability, shift work) Ploegendienst verhoogt obesitasrisico door verstoring van circadiane ritmes.
Wat het bewijst: Omgeving en SES zijn lastiger individueel te veranderen, maar wel sterk bepalend voor risico. Beïnvloedbaarheid: matig.