Het ochtendprogramma van onze teamdag is voorbij. Ik sta op en loop naar het koffieapparaat. Vlakbij zijn twee ervaringsdeskundigen in gesprek. Ze hebben verschillende aandoeningen maar gebruiken hetzelfde voedingspatroon.
‘Ik herken mij niet in andere patiënten’, zegt de ene vrouw,’ en dat vind ik soms best lastig. Ze zijn vaak zo moe en als ik hen vertel over mijn leefstijl, kijken ze me aan alsof ik een wappie ben.’ De andere vrouw knikt instemmend.
Terwijl ik mijn koffiekopje vul besef ik hoe herkenbaar dit is. Niet alleen op het vlak van energie maar ook hoe het aanpassen van mijn leefstijl mijn beeld heeft veranderd van kijken naar ‘mijn’ ziekte. Net als deze vrouwen identificeer ik mijzelf niet meer als patiënt. Voor veel mensen is dat onbegrijpelijk want ik heb twee elleboogprotheses en ernstige vergroeiingen. Mijn beweeglijkheid is fors beperkt en natuurlijk heb ik af en toe pijn. Maar het was eigenlijk altijd de vermoeidheid die op mijn (sociale) leven de grootste impact had. Dat energietekort speelt geen rol meer en daarmee heb ik veel levenskwaliteit terug gekregen. Het werkt voor mij als een opwaartse spiraal; doordat ik meer energie heb, onderneem ik meer en verbetert mijn nachtrust.
Het kan fijn zijn om ervaringen uit te wisselen met anderen die dezelfde aandoening hebben. Datzelfde geldt voor leefstijl. Wanneer je die twee gaat combineren is het soms extra complex. Vaak wordt er dan gezocht naar een gemeenschappelijke deler; een universeel voedingspatroon dat een oplossing biedt voor een bepaalde aandoening. Maar helaas werkt het niet zo zwart wit.
Als mens zijn we allemaal uniek. Onze genetische aanleg verschilt, net als de omstandigheden waarin we leven. Ook ons microbioom, de miljarden bacteriën in onze darmen, is bij iedereen anders. Dat alles beïnvloedt hoe ons lichaam reageert op voedingsstoffen en hoe goed of slecht het voedingsstoffen kan verwerken en omzetten in energie.
In mijn geval werkt mijn lichaam niet goed meer met koolhydraten. Die leveren me geen energie, maar eerder klachten zoals vermoeidheid. Soms dreigen dit soort persoonlijke ervaringen te ontaarden in een oordeel over de brandstoffen die ons lichaam als energiebron benut. Voor we het weten zijn koolhydraten 'fout', eiwitten ‘slecht’ of vetten ‘ongezond’. Maar zo simpel is het niet.
Mijn reumatoloog zei ooit: 'Reuma is een welvaartsziekte maar voor voeding is er geen wetenschappelijk bewijs, de ene reageert op tomaat, de andere op varkensvlees en weer een ander op chocola’. Destijds ontmoedigde mij dat. Nu besef ik dat er een kern van waarheid in zit. Welke energiebron het beste werkt, verschilt van persoon tot persoon. Maar één punt lijkt wel universeel: minimaal bewerkte voeding, rijk aan micronutriënten, vormt de basis voor duurzame energie, los van de precieze verhouding tussen koolhydraten, eiwitten en vetten.